College Rijnland moddert voort na exorbitante kredietoverschrijding toevoerwateren Katwijks Kanaal

juni 11, 2013

Na een forse kredietoverschrijding op het baggerproject Katwijks kanaal en een zeer kritisch extern rapport hierover,  weigert het college van Dijkgraaf & Hoogheemraden hieruit stevige conclusies te trekken. Wel heeft het college z’n excuses aangeboden aan de leden van de Verenigde Vergadering (VV) en heeft de verantwoordelijke portefeuillehouder Hellinga het dossier  baggerproject Katwijks kanaal overgedragen. Maar de vraag of het college hiervan werkelijk geleerd heeft, blijft onbeantwoord.

 

Het project baggeren toevoerwateren Katwijks Kanaal is een hoofdpijndossier dat het onvermogen van Rijnland blootlegt om dergelijke projecten goed aan te besteden en zorgvuldig te beheren. Bij de aanbesteding in 2005 ging men er van uit dat € 25,2 miljoen voldoende zou zijn voor dit project. Ook omdat de aannemer maar liefst vijf miljoen euro lager had ingeschreven dan de besteksraming. Er was 31,7 miljoen euro beschikbaar. Maar nu blijkt er € 40,2 miljoen nodig te zijn, bijna 60% meer dan het eerste bedrag.  Het college van Dijkgraaf & Hoogheemraden (D&H) kwam in de VV van december 2012 ineens met een voortel om 8,5 miljoen euro extra ter beschikking te stellen voor het project wegens oplopende kosten. Toen bleek dat de verantwoordelijke portefeuillehouder Hellinga verzuimd heeft tijdig en duidelijk de VV in te lichten en dat het ambtelijk apparaat het dagelijks bestuur niet goed heeft geïnformeerd.

Na een intern onderzoek door de VV en een extern onderzoek door Twynstra Gudde wil het college van D & H wel een verbeterplan opstellen, maar weigert bestuurlijke consequenties te trekken. In het rapport van Twynstra Gudde staat onder meer dat er bij Rijnland sprake is van een cultuur van bestuurlijke verkokering en een daarmee samenhangend non-interventiegedrag. Ook blijkt de verantwoordelijke portefeuillehouder over onvoldoende politieke sensitiviteit te beschikken door te beslissen om met de geldverslindende werkwijze  door te gaan, hopend dat het wel goed zou komen.

In een besloten VV-vergadering op woensdag 5 juni 2013 hebben D&H een verklaring afgelegd naar aanleiding van het externe onderzoek. De verantwoordelijk portefeuillehouder Hellinga heeft toen zijn excuses aangeboden en verklaard dat hij te weinig proactief is geweest in het informeren van de VV en de D&H op het moment dat daar wel voldoende informatie voor beschikbaar was. De enige consequentie die hij op dat moment zinvol achtte, is het overdragen van het dossier Katwijk binnen het college.

Kritiek uit de VV is onder meer dat het college van D&H helemaal geen grip heeft op het ambtelijk apparaat. Dat apparaat is voor het college een “black box”.  Ook wordt het college gebrek aan leiderschap en risicomanagement verweten.

Op basis van het Twynstra Gudde-rapport erkent het voltallige college van D&H dat het college niet goed is omgegaan met de informatieverschaffing aan de VV. Het college ziet dat als de grootste fout.  Ook verklaart het college zich te realiseren dat het vertrouwen bij de VV is beschadigd. Verder verklaart het college dat zij goed hebben begrepen dat er zowel bestuurlijk als ambtelijk meer werk gemaakt moet worden van verantwoordelijkheid nemen, verantwoording afleggen en vertrouwen onderhouden. Vervolgens wordt er verbetering beloofd door de aankondiging te gaan werken aan een organisatieverbeterplan.

Op ambtelijk niveau blijkt uit het rapport dat het vakkundig beheren van een dergelijk groot project niet goed is gelukt. Het college verwoordt dit als volgt: “Ondanks de investering van de laatste jaren in het professionaliseren van de projectbeheersing heeft dit project aangetoond dat er nog belangrijke hiaten zijn.” Hoe dit precies bestreden gaat worden, blijft onduidelijk, op het voornemen na een organisatieverbeterplan op te stellen.

Onduidelijk blijft of het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland werkelijk iets geleerd heeft van het debacle. Met name op het vlak van de regenteske bestuurscultuur, de informatievoorziening en de professionaliteit van de ambtelijke staf is een heel stevige aanpak nodig om herhaling te voorkomen. Dit is des te meer noodzakelijk nu er in het kader van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma meer grote en dure projecten uitgevoerd moeten worden waarvan de waterschappen ook gedeeltelijk financieel verantwoordelijkheid dragen.

Zie ook het bericht Hoogheemraad Hellinga legt met onmiddellijke ingang functie neer


Comments are closed.