Financieel debacle dreigt voor waterschappen

januari 30, 2012

Blij stonden de waterschapsgezichten bij de ondertekening van het Bestuursakkoord Water (BAW) op 23 mei 2011. Niemand had het meer over een mogelijke opheffing van de waterschappen. Eerder was nu via het BAW het tegendeel bewerkstelligd: de waterschappen hadden hun positie versterkt, onder meer door de helft van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) mee te gaan betalen. Dat daar stevige financiële consequenties aan vastzitten, werd in het gerinkel van de champagneglazen weggewuifd.

Maar in de loop van 2011 begon de ernst van de  financiële consequenties bij de waterschappen door te dringen. Temeer daar eind 2011 de contouren van de wet Houdbare Overheidsfinanciën (de wet HOF) zich begonnen af te tekenen. Daarover straks meer. Eerst de financiële consequenties van het BAW voor de waterschappen.
Vanaf 2020 moet jaarlijks 750 miljoen euro worden bespaard in het waterbeheer, een besparing van zo’n 15 procent. Daarvan nemen de Waterschappen en gemeenten gezamenlijk 380 miljoen voor hun rekening.
Daar komt bij dat de waterschappen ingevolge het BAW meteen 100 miljoen euro zijn gaan betalen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Dit bedrag loopt op van 150 miljoen in 2014 tot 200 miljoen euro jaarlijks vanaf 2015. In deze bedragen is 19 miljoen bestemd voor de overdracht van de muskus- en beverrattenbestrijding.

Addertjes

Als je bedenkt dat met het watersysteembeheer jaarlijks 1,1 miljard is gemoeid, is duidelijk dat  200 miljoen euro een aanzienlijk opgave inhoudt. Bovendien zit er nog een adder onder het gras. In een bijlage bij het BAW heeft het rijk z’n aandeel tot 2020 gegarandeerd. En daarna? Kennelijk geldt hier vooralsnog wie dan leeft wie dan zorgt: een adagium waar de waterschappen zich juist altijd verre van hebben gehouden.
En er zit nóg een adder onder het gras. Door het grote beslag van het HWBP op de financiën van de waterschappen, is er nog maar beperkte ruimte beschikbaar voor andere investeringen (ruwweg slechts 120-130 miljoen per jaar voor alle waterschappen gezamenlijk). Dit kan wel eens moeilijk uit te leggen zijn aan de burger.

Gespaard geld geïnvesteerd? U krijgt een boete!

En dan komt het rijk nu met de wet HOF op de proppen die juist contraproductief uitpakt als decentrale overheden hun gespaarde geld willen investeren. Volgens het huidige voorstel krijgen ze dan een boete, terwijl ze juist zo braaf hebben gespaard. Het gaat om een wetsvoorstel waarmee het rijk invulling wil geven aan het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact. Het kabinet wil afspraken daarover vastleggen in de wet HOF. De bedoeling is dat die wet in 2013 ingaat.
Ook de decentrale overheden moeten zich aan het Stabiliteits- en Groeipact houden, omdat zij ook meetellen voor het begrotingstekort. Maar het wetsvoorstel gaat er van uit dat decentrale overheden (die een baten-lastenstelsel hanteren) een boete krijgen wanneer ze een investering doen met geld waarvoor ze gespaard hebben. De logica is immers dat wanneer je op deze manier een investering doet, dit bij de schuld wordt opgeteld. Gevolg: decentrale overheden zullen wel twee keer nadenken voor ze hun gespaarde centjes gaan investeren. En dit terwijl de wateropgave juist om veel doortastendheid en investeringen vraagt. Voor de waterschappen heeft het dankzij het wetsvoorstel dan ook geen zin om te sparen voor de verplichtingen vanaf 2015 en 2020. Vasthouden aan het wetsvoorstel zou dan ook wel eens contraproductief voor het rijk kunnen uitpakken. Maar ook voor de waterschappen die er van beschuldigd kunnen worden te weinig investeringen te doen.

Straks weer bestaansrechtdiscussie

Hoe dan ook: de financiële vooruitzichten van de waterschappen zijn ronduit zorgwekkend. De vergaande financiële toezegging van de waterschappen in het BAW zouden wel eens als een harde boemerang kunnen terugkeren als blijkt dat de waterschappen die toezegging niet gestand kunnen doen, onder meer door een groot maatschappelijk verzet tegen de noodzakelijke verhoging van de waterschapstarieven. Het was misschien slim van de waterschappen om via het BAW vergaande financiële toezeggingen te doen om verlost te worden van de bestaansrechtdiscussie, maar als straks blijkt dat de waterschappen hun verplichtingen niet na kunnen komen, komt die discussie opnieuw terug, hard als een boemerang.


1 Comment


  1. De meerkosten van de waterschappen ten gevolge van het meefinancieren aan het HWBP en de muskusrattenbestrijding komen geleidelijk in de waterschapsbegrotingen terecht en zullen naar de huidige inzichten 2020 ongeveer € 135 miljoen bedragen. De te realiseren besparingen kunnen in deze periode in de gehele waterschapsbegroting worden gevonden (en dus niet alleen in het watersysteembeheer). Waterschappen hebben zelf een grote rol in het ‘inverdienen’ door middel van besparingen. Het beeld dat waterschappen ruwweg nog slechts 120-130 miljoen per jaar bovenop het HWBP kunnen investeren herkent de Unie van Waterschappen niet.

Wat vindt u? Geef uw mening.