Grote duurzaamheidsopgave voor bouwsector

juli 9, 2013

Wat kan en moet de bouw doen om als bedrijfstak duurzaam te opereren? Deze vraag stond centraal tijdens het eerste Bouwcampus Duurzaamheidscongres op 27 juni in Amersfoort. En is de economische crisis een kans of een belemmering richting duurzaamheid? Tijdens verschillende presentaties en workshops bleek in ieder geval dat er nog legio kansen zijn om als sector duurzaam te gaan opereren. Het is een kwestie van bewustzijn en motivatie.

Onder het thema Bouwen aan duurzaamheid besprak Louis de Quelerij de duurzaamheidsaspecten van de bouw. Hij is onder meer werkzaam bij Rijkswaterstaat en de TU-Delft en is lid van het VVV-team Bouwcampus. Die Bouwcampus is bedoeld als een inspirerende ontmoetingsplaats voor kennisinstellingen die werken aan de versnelling van doorstroming van kennis in de bouw. Een tussendoel is dat de campus, die nu  nog als “losse onderdelen” bestaat, eind 2014 fysiek is gevestigd in Delft. Het VVV-team Bouwcampus staat voor Vernieuwing, Versnelling en Verbinding.

De Quelerij maakte duidelijk dat er momenteel wel wat gebeurt op het gebied van duurzaamheid in de bouw, maar dat er nog veel meer moet gebeuren om als een duurzame bedrijfstak aangemerkt te kunnen worden. En dat is ook wel nodig, want in 2030 zal wereldwijd de behoefte aan energie, grondstoffen en voedsel met 50 procent gestegen zijn. De footprint van de bouw is hierbij aanzienlijk, ook al maakt de bouw maar zeven procent van het BNP uit.

Footprint bouw

Van het grondstoffenverbruik in Nederland neemt de bouw 50 procent voor z’n rekening, van het totale energieverbruik 40 procent en van het totale waterverbruik 30 procent. Daarnaast is de bijdrage van de bouw aan de CO2-uitstoot 36 procent, aan de afvalproductie 35 procent en aan het wegverkeer 25 procent. Hoge cijfers die vragen om actie. Door uit de dagelijkse routine te stappen en slimmer te ontwerpen en te plannen, kunnen bijvoorbeeld het grondstoffenverbruik, de CO2-uitstoot en de afvalproductie aanmerkelijk omlaag.

Volgens De Quelerij zijn er veel kansen om deze cijfers te verlagen. Zo kan er bijvoorbeeld veel meer zonne-energie benut worden, maar de schaarste aan materialen (nodig voor de conversie) dreigt roet in het eten te gooien. Gebaseerd op een jaarlijkse productiegroei van twee procent zijn veel materialen (grondstoffen) over tien jaar (strontium) tot 50 jaar (ijzer) op. Lood is er nog maar voor  20 jaar.

Maatschappelijke uitdagingen

Als maatschappelijke uitdagingen voor de bouw ziet hij:

• Transitie van bestaande woningvoorraad en kansrijke kantoorpanden naar energieneutrale dan wel energieproducerende gebouwen

• Verlenging levensduur bestaande civieltechnische infrastructuur droog en nat

• Duurzame inrichting (klimaatbestendig) van de openbare ruimte

• Ontwikkeling nieuwe gebouwen zonder gebruik van nieuwe materialen (flexibel gebruik)

• Cradle to Cradle ontwerpen van nieuwe civiele infrastructuur

• Andere business/samenwerkingsmodellen ontwikkelen (vanuit waardedenken en circulaire economie)

Om dit alles goed op te starten, zijn allereerst bewustwording en goed opdrachtgeverschap nodig.  Dit laatste geldt juist ook voor de hoofdaannemers: zij zijn de grootste opdrachtgevers doordat zij veel uitbesteden. Bewustwording kan zichtbaar gemaakt worden door bijvoorbeeld de CO2-footprint te publiceren in het jaarverslag, zoals sommige bedrijven al doen.

Waardecreatie

Daarnaast moet er gedacht worden vanuit waardecreatie en niet meer vanuit fysieke doelen. Waardecreatie betekent dat belangrijke waarden centraal worden gesteld en van daaruit gekeken wordt naar wat je daarvoor nodig hebt. Dus niet een kantoorpand bouwen, maar een gebouw opleveren waar de mensen prettig en gezond werken en waarvan de footprint richting nul gaat. Ook moet de integrale samenwerking tussen de “gouden” driehoek (rijksoverheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven) een vanzelfsprekendheid worden en moeten we denken vanuit de circulaire economie. Dus een gebouw niet zien als een eindproduct, maar als een grondstoffenfabriek. Een tussenstap daarbij is bijvoorbeeld dat een parkeergarage gebouwd wordt in een geheel demontabel systeem.

 

 


Wat vindt u? Geef uw mening.