Meerlaags veiligheid: een zoektocht naar de optimale mix

maart 19, 2013

De kaarten op tafel, zo luidde de titel van de door de STOWA georganiseerde studiedag op 13 maart 2013 over meerlaags veiligheid. Sinds de introductie van dit concept in het Nationaal Waterplan van 2009 wordt hier veel over gepraat en onderzoek naar verricht. Maar wat zijn nu precies de consequenties van meerlaags veiligheid en hoe pas je dit toe? Weliswaar zijn er nog veel vragen, maar het concept is wel bezig z’n weg te vinden in het Deltaprogramma. Van daaruit zou het een plek in het beleid kunnen krijgen.

De meerlaagsveilig­heidsbenadering gaat uit van drie lagen om ons land te beveiligen tegen overstromingsrisico’s. Die drie lagen zijn: preventieve maatregelen zoals dijkversterking en rivierverruiming (laag 1), gevolgbeperkende maatregelen door ruimtelijke ordening of waterrobuust bouwen (laag 2) en rampenbeheersing en evacuatie (laag 3). In alle drie lagen kunnen maatregelen genomen worden. Op de studiedag werd duidelijk dat de kosteneffectiviteit van maatregelen en de optimale mix daarvan een heel grote rol zal spelen.

Volgens dagvoorzitter Patrick Poelmann, dijkgraaf van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en vicevoorzitter van de STOWA, zijn we nu bezig met een zoektocht naar de wijze waarop de meerlaagsveilig­heidsbenadering vorm gegeven kan worden. Hij benadrukte alvast één aspect: veel verdeelstations voor nutsvoorzieningen zitten op een lage plek in gebouwen. Als we bij overstromingen geen gas, water, licht en ICT hebben doordat de  verdeelstations onder water staan, is dat een ramp na de ramp.

Door de verdeelstations zo hoog te brengen dat ze door een overstroming niet bedreigd worden, herstelt de samenleving sneller na een overstroming. De nutsbedrijven zouden nu al kunnen beginnen met het kritisch kijken naar de overstromingsgevoeligheid van hun infrastructuur. De vitale infrastructuur zou zo ingericht moet worden dat het blijft werken bij een overstroming. Vreemd eigenlijk dat we daar in Nederland niet eerder naar gekeken hebben.

Ruimtelijke maatregelen

Kees Vlak zoomde vanuit het Deltadeelprogramma Nieuwbouw & Herstructurering (DPNH) in op de tweede laag (maatregelen in de ruimtelijke ordening). Het genoemde Deltadeelprogramma verkent hoe je met ruimtelijke maatregelen de gevolgen van een overstroming kunt beperken. Dit betekent dat bevoegde gezagen bij ruimtelijke ontwikkelingen de waterveiligheid en bijbehorende planvorming nadrukkelijk moeten meenemen, dus dat bij de locatiekeuze van woon- en werkgebieden ook goed gekeken wordt naar de waterveiligheid. En vitale en kwetsbare functies verdienen bijzondere aandacht.

Vanuit het DPNH wil men op korte termijn met de nutssector een afspraak maken over de locatie van de hoofdverdeelstations op nationale schaal. Daarnaast zal men in de regio zelf ook eens goed naar dit onderwerp moeten kijken. Ook zal het deelprogramma met voorstellen komen voor een aanpak waarbij gekeken wordt naar benodigde en beschikbare kennis, samenwerking tussen partijen en integratie van sectoren.

Proeftuinen

In het kader van het DPNH worden er vijf proeftuinen uitgevoerd die betrekking hebben op concrete woonwijken. Daaruit bleek onder meer dat wij in Nederland nog steeds de “goede gewoonte” hebben om dichtbevolkte gebieden een meter of drie onder NAP aan te leggen. Bij een proeftuin in Vianen bleek dat de woningen op het diepste punt zó snel wegspoelen bij een overstroming dat de hulpverlening dan niets meer kan uitrichten.

Een belangrijke les uit de proeftuinen is dat je zo vroeg mogelijk met alle betrokken partijen bij elkaar moet gaan zitten om een sterk ontwerp te krijgen. Dit lijkt een open deur, maar toepassing daarvan is allerminst de gewoonte. Vroeg bij elkaar zitten, bevordert de ideevorming en begrip voor elkaar. Verder is het visualiseren van ontwerpkeuzes van belang voor het aanscherpen van de discussie en het verduidelijken van modellen en theorieën.

Doorbraakvrije dijken

Behalve proeftuinen worden er ook diverse studies uitgevoerd en instrumentarium ontwikkeld in het kader van het DPNH. Doel hiervan is beslisinformatie aan te reiken voor besluitvorming op diverse schalen. Zo wordt er gekeken naar een methodiek die voorziet in een uniform afwegingsplatform voor risicobewuste ruimtelijke planning. Elementen hierin zijn onder meer de integratie en afweging van kansreducerende en gevolgreducerende maatregelen. Met de methodiek kan men de kosteneffectiviteit van maatregelen bepalen en vergelijken en de optimale mix van de maatregelen in alle lagen in beeld krijgen.

Tot slot was er aandacht voor de dijken die ons tegen overstromingen moeten beschermen. Dijkverhoging ligt in veel gebieden gevoelig en mag niet op veel draagvlak rekenen. Uit een studie van Kennis voor Klimaat en Deltares blijkt dat dijken niet zozeer hoger moeten, maar wel sterker. Ze moeten het water tot aan de kruin keren en daarna mogen ze zachtjes overlopen. Een gedoseerde overstroming is dan het gevolg waarbij er veel meer tijd is voor evacuatie. Daarom wordt er ook gepleit voor doorbraakvrije dijken op plekken waar dat nuttig is (grote kans op veel slachtoffers bij dijkdoorbraak). Bijvoorbeeld in de Betuwe en in Flevoland. Het grote verschil met conventionele dijken is dat die plotseling kunnen falen waarbij we niet weten waar en wanneer.

Meer lezen over ideeën die op deze dag naar boven kwamen? Lees Burger wordt vergeten bij meerlaags veiligheid

 


1 Comment


  1. Rob.ruijtenberg

    Mooi verslag gedaan

Wat vindt u? Geef uw mening.